zaterdag 28 december 2013

Rusland: Overpeinzingen

Lieve iedereen,

Ik zit inmiddels, na veel gesjouw, op de trein richting een niet nader genoemde luchthaven en hoewel dit me ten zeerste verblijdt zou ik het met u willen hebben over het landschap dat voorbijglijdt en me tegemoetkomt door de raampjes van deze moderne, comfortabele treincoupé.

U weet dat ik verblijf in Moskou en u heeft zich zeker en vast een beeld gevormd van deze prachtige stad, al dan niet beïnvloedt door de berichtjes die ik in al mijn naïviteit het wereldwijde web opslinger. Maar weet u ook wat er zich buiten Moskou bevindt?

Laat ik beginnen met de kleuren van de Russische spoorwegmaatschappij. De weg die deze naar Westers model geconstrueerde airportshuttle aflegt wordt omzoomd door staalkleurige golfplaten, getooid met een bloedrode bies.

Daarachter bevindt zich een ander, typisch Russisch, grootstedelijk fenomeen: de Moskouse voorsteden. Appartementsgebouwen als blokkendozen. Winkels waar ze kennelijk alleen worst, melk en vlees verkopen. Grootvaders in bontmutsen die in de vrieskou op de trolleybus wachten.

Vervolgens de typisch Russische dorpen. Het woord “dorp” krijgt een heel andere betekenis wanneer u deze heeft mogen aanschouwen. Houten huisjes. Badhuisjes. Vervallen huisjes. Een vijver, die voorlopig de winter heeft weten te overleven. December valt warmer uit dan verwacht en ondergetekende wacht nog steeds op de beloofde bergen sneeuw.

Een vervallen fabriek en hier en daar een hypermarkt.

Velden, berkenbossen.

Een winkelcentrum naar Westers model dat, naar aloude gewoonte (nu ja, die gewoonte moet in de laatste twintig jaar ontstaan zijn) ergens in het midden van nergens bezoekers moet trekken. Grootvaders met bontmutsen. En echtgenotes, misschien.

Zij maken zich op voor het nieuwe jaar, dat nadert, met rasse schreden, sneeuw en ijs, en misschien ook een vlokje geluk.

Ik maak me op voor de kerst.
Tot snel.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika

woensdag 11 december 2013

Kerstmis

Lieve iedereen,

Zoals u weet komt Kerstmis – u weet wel, die feestdag met familie, lekker eten, lichtjes, een boom met pakjes….- er spoedig aan.



Hoewel dit me ten zeerste verblijdt, dien ik helaas te melden dat een zekere somberte me de laatste dagen regelmatig overvalt.

De winter is in het land en hoewel de sneeuw het overvloedig aanwezige grijs verhult en de stad van tijd tot tijd een zweem van sprookjesachtigheid verleent, hangt de duisternis en het gebrek aan geliefden als een regenwolk over het gemoed van de inwoners van het huis.

Je weet niet hoe schoon je kamer is tot je plotsklaps terechtkomt in een groot gebouw met kleine kamers en je het belang van een stofzuiger ontdekt. Met een temperatuur die het vriespunt doet rillen van de kou, lijkt dubbele beglazing de uitvinding van de eeuw.

Licht wordt een cadeau, een vriendelijk woord een noodzaak.

Thuis wordt een soort wonderland waar de straat oversteken niet noodzakelijk gelijkstaat aan je leven riskeren. Waar men het woord kerstmarkt kent. Waar ik speculaas kan kopen. Waar een speelgoedwinkel tot hofleverancier wordt benoemd (wist u dat Russen erg moeten lachen wanneer ze horen dat mijn thuisland een koning en een koningin heeft?).

Het maakt me ontzettend gelukkig u te kunnen meedelen, lieve lezer, dat ik mij spoedig weer thuis zal bevinden en hoewel ik het mij vroeger (voor ik wist wat koud betekende) niet kon voorstellen: er is geen enkele plaats ter wereld waar ik liever wil zijn.

En geen nood: ik weet dat België de fata morgana is en Moskou de woestijn, maar ik keer even gauw weer terug naar deze ijzige hoofdstad en u kan zich spoedig verwachten aan meer willekeurige verhalen over willekeurige zaken/mensen/plaatsen.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika


dinsdag 26 november 2013

Kamer: Update II

Lieve iedereen,

Kortgeleden – nu ja, ondertussen al weer een hele poos – vroeg ik u om hulp. Ik vertelde u over het sneue hokje dat ik diende te bewonen en mijn wanhopige zoektocht naar gezelligheid.

Ik ben fier en trots u te kunnen meedelen dat er flinke vorderingen zijn gemaakt. Ik zou graag mijn lieve kamergenote L. willen bedanken. Met haar aangeboren neiging tot wanorde en het verzamelen van allerlei opmerkelijke prullaria heeft zij mijn kamertje sterk verblijd.

Voor eerdere afbeeldingen van mijn dierbare hokje verwijs ik u graag door naar dit artikel:

Kijkt u even mee:
Voor


 
Na
U ziet, een hele verbetering! Rond mijn frambozenroze nestje heb ik allerlei herinneringen verzameld. En verjaardagskaarten. Verder heb ik wat rommel allerhande neergepoot op mijn kast, want ja, rommel moet er ook wezen. Rechtsboven ziet u de theepot die mijn kamergenote heeft meegebracht van een van haar nachtelijke omzwervingen doorheen de stad. Een theepot met een verhaal. Helaas is ie lek, dus dient ie als bloempot.


Verder hebben zich door de gehele kamer steeds meer tekenen van leven verspreid:


Wie herkent de artiest aan wie dit hoofd toebehoort?





U ziet, een hele verbetering! Weest u overigens niet bang lieve lezer, de inhoud van alle lege flessen die u hier ziet en die we vakkundig hergebruiken als boekensteun of vaas – recyclage is immers alles – hebben we keurig gedeeld met de rest van de gang. Beter een goede buur dan een verre vriend!

Verder gaat het leven hier zijn gewone gangetje:





Om af te sluiten zou ik u willen adviseren om de inhoud van deze artikeltjes die ik vakkundig, maar onbevangen het wereldwijde web opwerp steeds met een flinke korrel zout te nemen. Maakt u zich vooral geen zorgen over mijn gezondheid/veiligheid/persoonlijke hygiëne/slaapritme… U kan er van uit gaan dat ik goed op mezelf pas.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika

zaterdag 16 november 2013

De Moskouse metro: een kleine gedragscode

Lieve iedereen,

Vandaag zou ik het met u willen hebben over een even afschrikwekkend als wonderbaarlijk aspect van deze stad: de metro. 

Het Moskouse metronetwerk is prachtig, uitgebreid en dodelijk efficiënt. Indien u niet bekend bent met de subtiele wetten die het gebruik van dit stelsel in goede banen leiden, kan het u onmogelijk toeschijnen om zonder kleerscheuren de plaats van bestemming te bereiken. Daarom een kleine gedragscode:

1)      Heb respect voor het begrip “persoonlijke ruimte”
Zelfs tijdens het spitsuur wordt het geapprecieerd indien u netjes uw handen (en de rest van uw lichaam) bij uzelf houdt. Wanneer u dit vergeet kan het al snel als seksuele intimidatie worden beschouwd, zeker door jonge, blonde studentes.

2)      Wees hoffelijk
Bied steeds uw plaats aan aan de minder mobiele medemens, zoals daar zijn de oudere dame, de zwangere vrouw, of de oorlogsveteraan met ontbrekende ledematen. Uw kans om wat oprecht vriendelijke woorden te ontvangen van een echte Moskoviet!

3)      Gebruik uw gezond verstand
Neem geen zitplaats aan van een oudere heer wanneer u een aantrekkelijke, jonge blondine bent. Praat geen Engels wanneer u een geüniformeerd of enigszins officieel persoon kruist (men zou zomaar kunnen denken dat u Amerikaan bent!). Probeer eventuele dronkenschap steeds zo goed mogelijk te verbergen.

4)      Twijfel nooit
Op drukke momenten kan er zich een rij vormen aan de roltrappen die de indruk wekt dat er gratis iPhones worden uitgedeeld. Ongetwijfeld is de persoon achter u een oud dametje dat zich de Sovjetunie nog levendig herinnert en dus meer ervaring heeft met in de rij staan dan uzelf. Zij zal u proberen voor steken, en vijf andere dametjes met haar. Daarom: twijfel niet wanneer het uw beurt is en stap die roltrap op! Anders riskeert u overrompeld te worden door oude dametjes met wollen mutsjes.

5)      Lach niet!

De belangrijkste, meest essentiële regel, de ongeschreven wet die u heelhuids door het Moskouse metronetwerk zal loodsen: kijk niemand in de ogen en lach vooral niet! Dit wordt als uiterst onbehoorlijk beschouwd en zal leiden tot kwade blikken en/of oeverloze pogingen u in bed te krijgen. U bent bij deze gewaarschuwd!

Veel liefs uit Moskou,

Malaika

maandag 4 november 2013

Jaroslavl: Fragmentarisch verslag

Lieve iedereen,

Kortgeleden voelde ik, en enkele Belgische medestudenten met mij, de dringende noodzaak om tijdelijk uit deze betonnen kooi van een stad te ontsnappen, richting Gouden Ring, richting Volga, richting een middelgrote stad, gelegen op 250km van het grauwe Moskou: Jaroslavl.

Ik ga u niet vervelen met een ellenlang verslag van alle gebeurtenissen en mensen die ons pad gekruist hebben, maar zou u graag deelgenoot maken van enkele bijzondere momenten die ik heb mogen ervaren en die me des te dierbaarder zijn omdat ze, zoals u spoedig zult zien, in schril contrast staan met de dagelijkse werkelijkheid van het leven in de Russische hoofdstad.

In een treinstation in een of andere godverlaten voorstad waar we wat tijd te doden hadden kochten we wat worst, om deze vervolgens in de stationshal te nuttigen. Biedt een ons onbekende oudere man met een ietwat blozend gezicht ons plotsklaps een stuk brood aan. "Voor bij de worst, echt Moskous brood!" U begrijpt dat weigeren onbeleefd zou zijn geweest en onder het genot van een lekker stuk worst vergezeld van echt Moskous brood kregen we vervolgens het levensverhaal van de aardige man te horen. De moraal? Enkel een idioot verlaat Moskou! En er werd ons prompt een echte Russische gehaktbal aangeboden. Voor bij het brood. En de worst. Een waar genot, dat geef ik u zwart op wit.

Intussen viel de avond reeds en werd het stilaan tijd voor de trein. Het correcte perron vinden zonder enige verlichting is geen sinecure en bovendien bleek, eens daar aangekomen, het perron slechts een meter breed. Wist u dat u om uw perron te bereiken gewoon de sporen over moet in dit prachtige, veilige land? In het donker? Ik ook niet. Dank u wel...

Beeld u zich deze situatie eens in, lieve lezer: de trein komt aan. Een enorme massa mensen stapt uit en een andere massa mensen wilt de trein in. Het is donker. Het miezert. Het perron is een meter breed. U begrijpt. Chaos. Niemand die een kant op kan. Omaatjes die luidkeels roepen dat ze door willen. Een Russische stem die ons vraagt of we buitenlanders zijn en ons toeroept de sporen op te gaan. De stem maant ons aan verder te lopen. En verder. Nog een stukje. Over de sporen. Voorbij de massa. We klimmen het perron op, en de trein. We maken kennis met Sasha, trots inwoner van Jaroslavl. We openen een biertje, eten chips en spelen kaart. We komen aan in Jaroslavl en Sasha brengt ons naar het hostel. We rijden in de trolleybus.

De volgende ochtend ontbijten we in een schilderachtig restaurantje. Mijn bord heeft de vorm van een koe. Of een schaap. We raken er niet uit. We maken ons klaar om te gaan, wanneer de bazin ons toeschreeuwt dat de Olympische vlam langskomt. We rennen naar buiten, jas over de arm. We bekijken de parade en ik steek een arm in mijn mouw. Een willekeurige voorbijganger helpt me in mijn andere mouw. (Neemt u alstublieft akte van het mentaliteitsverschil: in Moskou gooit men u deuren in het gezicht, in Jaroslavl helpt men u uw jas in).

En dan...De Volga... Lieve lezer, het valt me uiterst zwaar om de woorden te vinden die het gevoel kunnen beschrijven dat me overviel toen ik deze legendarische rivier mocht aanschouwen. Blijdschap? Vreugde? Vrijheid? Puur geluk? Misschien, maar het dekt de lading geenszins. Wat me overviel was een gevoel van innerlijke kalmte dat haast aanvoelde als een godsgeschenk na twee maanden van grijze haast.

Moskou vreet aan een mens, veroorzaakt slijtage van de zintuigen, stompt karakter, gevoelens en zin voor empathie af. Moskou verhardt haar inwoners, keert hen naar binnen en maakt hen blind voor de wereld om hen heen.

De lucht in deze stad is giftig, aan de oevers van de Volga ruikt de lucht naar rust.

Veel liefs uit Moskou,

Malaika

maandag 14 oktober 2013

Herfst.

Lieve iedereen,

Eindelijk is het zover. Toen de eerste momenten van vorst aanbraken en een laagje sneeuwwitte hagel de grond bedekte zonk de moed eenieder in de schoenen. Seizoenen dienen niet overgeslagen te worden. De warme, brandende zomer dient niet naadloos over te gaan in een winter van kilte, sneeuw en ijs. Dit veroorzaakt onrust in de geesten van de mensen en maakt een kille, grijze stad nog killer en grauwer.

De Russische weergoden blijken even wispelturig als hun Belgische broeders. De zon scheen. Het weinige groen veranderde in een onwaarschijnlijk pallet van geel, oranje, rood. Er viel de laatste dagen zowaar herfst te bespeuren in de straten van Moskou en de harten van haar inwoners.

Lieve lezers, vandaag wens ik u niet lastig te vallen met ellenlange verhalen over Russen van allerlei pluimage of met ingewikkelde vraagstukken over interieurdecoratie, maar met enkele beelden van intens geluk, zoals die enkel voor de inwoners van miljoenensteden te begrijpen zijn.

Volgende beelden vinden hun oorsprong in het Novodevitsji-klooster en achterliggend kerkhof:
















Wanneer u, lieve lezer, zich in een land bevindt waar een gebrek aan zon en kleur u toeschijnt als onmogelijk, dan begrijpt u waarschijnlijk niet hoe ik -en de rest van Moskou met mij- mij voelde toen ik mijn ogen opende en een stralende zon mij tegemoet scheen. Deze afbeeldingen zeggen u misschien niet veel. Voor de minder gefortuneerde lezer: ik hoop dat u ervan genoten hebt.

Veel liefs uit Moskou,

Malaika

woensdag 2 oktober 2013

Herkenning: een verhaal over hoop

Lieve iedereen,

Zoals ik reeds eerder wist te vermelden bewegen Russinnen zich voort op het hoogst mogelijke schoeisel dat ze kunnen vinden in deze van schoenwinkels overstromende stad. Hoewel dit me gewoonlijk bevreemdend toeschijnt dien ik te melden dat deze opmerkelijke gewoonte kortgeleden tot een zeldzaam moment van herkenning heeft geleid.

Ik was enkele broodnodige boodschappen aan het doen - u weet wel: harige pantoffels, wollen sokken en dergelijke (het wordt hier intussen behoorlijk koud moet u weten), toen ik op mijn pad gehinderd werd door een bloedmooie Russische deerne die zich gracieus, maar tergend langzaam voortbewoog. In mijn zoektocht naar de perfecte pantoffels sloeg ik verder geen acht op dit lieftallige, doch duidelijk lijdende wezen en maakte ik een snelle omtrekkende beweging in de richting van het volgende verkooppunt van kleding, accessoires en aanverwanten.

Ik begaf me rechtstreeks naar de afdeling pantoffels (goed, na een korte vlaag van zinsverbijstering ter hoogte van de onesies - als u niet begrijpt wat ik bedoel dient u even gebruik te maken van een of andere online zoekmachine of vanonder uw steen vandaan te komen, u kiest wat u het beste schikt), waar ik op zoek ging naar het warmste en zachtste paar.

Raad u eens wie zich bij mij voegde, daar op de afdeling pantoffels in kledingwinkel x in winkelcentrum y in het hart van deze stad, die me zo vreemd en toch zo dierbaar is op een van de eerste koude dagen van het jaar, midden in september?

Juist. U heeft gelijk. Natuurlijk heeft u gelijk, lieve lezer.

Het eerste dat ik zag was een lange, zwarte laars met een hak die kon doorgaan voor de poot van een doorsnee keukentafel. En na deze laars kwam zij. En deze droom van een vrouw, gepijnigde grimas op het engelengezicht, bukte zich, zoals een giraf zicht bukt over een plas water na dagen rondtrekken door de droge savanne, bukte zich, meter voor meter, zo scheen het me toe, bukte zich, naar het warmste en zachtste paar pantoffels toe, het paar dat ook mijn aandacht had getrokken en veroorzaakte met deze kleine, pietluttige beweging het eerste moment van herkenning, van wederzijds begrip dat ik heb mogen ervaren in deze kille, prachtige stad.

Ik heb mijn warme, zachte, harige pantoffels en met deze pantoffels, lieve lezer, kreeg ik hoop.

Ik ben een zielsgelukkig mens.

Veel liefs uit Moskou,

Malaika