zaterdag 22 februari 2014

Sochi 2014

Lieve iedereen,

Hoewel ik weet dat ik u nog enkele artikelen verschuldigd ben in de reeks over mijn reis door Rusland, zou ik u nu toch graag even uitweiden over een ander klein tot middelgroot avontuur dat ik kortgeleden heb ondernomen. Indien u dit niet zint kan u zich in de nabije toekomst opnieuw tot deze webpagina wenden, waar dan ongetwijfeld een artikel over de prachtige stad Jekaterinburg op u zal staan wachten.

Ik ga er vanuit dat u een intelligent en leergierig persoon bent, lieve lezer, met een meer dan ruime interesse in de gebeurtenissen die dagelijks, wekelijks, of in dit geval vierjaarlijks plaatsvinden op deze aardkloot; u bent er, met andere woorden, ongetwijfeld van op de hoogte dat dit jaar de Olympische Winterspelen plaatsvonden in de Russische badstad Sochi, een plaatsje gelegen zowel aan de Zwarte Zee als aan de Kaukasus – de thuisbasis voor de hoogste berg van geografisch Europa – en daarmee uitermate geschikt om deze Spelen te ontvangen.

Onzin, lieve lezer. Met temperaturen rond de 20 graden in februari is deze mooie stad uitermate ongeschikt om de Winterspelen te organiseren. Er wordt echter gefluisterd dat de Russische president Putin er al eens graag zijn welverdiende vakantie komt vieren. Ook zouden er enkele flinke sommen geld van eigenaar zijn gewisseld tijdens het keuzeproces betreffende het vinden van een geschikte stad voor de Spelen. Ook met de mensenrechten zat het niet helemaal snor, in Sochi in het bijzonder en Rusland in het algemeen. Het verbaast u niet, lieve, ontwikkelde lezer, dat er aan dit hele circus een bepaald kwalijk geurtje zit.

Met deze redenering in het achterhoofd stapte ik, goed voorbereid, het vliegtuig op. Aan dit welriekende feest gaat namelijk een hele administratieve mallemolen vooraf. Terroristische aanslagen zijn nefast voor de sfeer en sportiviteit en dus dient de identiteit van alle aanwezigen op voorhand gekend zijn. Kwestie van explosieve en andere verrassingen te voorkomen. Dit verklaart de idiote plastieken toeschouwerskaart die elke enthousiasteling daar in Sochi rond z’n idiote nek had hangen.  


Het eerste dat ik zag, turend door het kleine vliegtuigraampje, was de zee. Herleest u even mijn eerste artikel over Jaroslavl’ om te weten te komen wat de Volga met me deed. U kan zich voorstellen wat voor effect de Zwarte Zee op mijn door Moskou fijngeknepen zieltje had. Toen kwamen de bergen. Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik nog nooit echte bergen had gezien. En dan maakt de mythische Kaukasus een diepe indruk.

En toen zag ik dit:


Tja, welkom in Sochi.

Vervolgens gebeurde er iets geks. Mijn baggage kwam als laatste van de band gerold en de hal van de luchthaven van Sochi (zelfs na de verbouwingen nog niet voorzien op zo’n toestroom van vluchten uit de hoofdsteden vol bemiddelde Russen en enthousiaste buitenlanders) was nagenoeg leeg.

Op de oncomfortabele plastic stoel naast me lag een iPad. Er was niemand in de buurt. U moet weten dat de gedachte om zulk een duur object van iemand anders weg te nemen mij absurd toeschijnt. Dit komt niet in mij op. Ik begaf me met de iPad naar de balie waar met een bordje “Lost&found” stond aangegeven. Vanzelfsprekend sprak de dame geen Engels. Ze voerde me mee naar een klein achterkamertje waar ze me streng toesprak dat: “Ik het me niet in mijn hoofd moest halen zoiets te stelen.” Ik tekende een document en verliet de luchthaven met het knagende gevoel in mijn maag dat ik iets verkeerd had gedaan. Ik kon niet bedenken wat. De vriendelijke dame extra werk bezorgen?

De gratis trein voerde ons in een gezapig tempo van de het treinstationnetje aan de luchthaven – opgetrokken voor de gelegenheid en bewaakt door een heuse kozak – naar het centrum van Sochi.



Het mag gezegd worden dat dit stadje voorwaar charmant is en doet denken aan Zuid-Europa. De prettige vakantiesfeer werd enigszins bedorven door de hierboven reeds beschreven rijke Russen en enthousiaste buitenlanders, olympische outfits aan, plastic identiteitsbewijs wapperend rond de nek. Luide muziek, vrolijke vrijwilligers en oer-Russische bewaking maakten het plaatje compleet.

Zonder veel moeite vonden we ons hostel (na een stevige omweg te hebben gemaakt, dat dan weer wel), dat er precies uitzag zoals op de foto’s: kleurrijk, gezellig, kleinschalig.

Dit fraaie hostel bleek een taalcentrum te zijn en we werden per knaloranje sportauto – geen leugen- naar het eigenlijke hostel gebracht. Dit hostel bleek eveneens voor de gelegenheid opgericht te zijn en was nog niet helemaal klaar om gasten te kunnen ontvangen. U heeft ongetwijfeld gehoord van de tientallen journalisten die in erbarmelijke omstandigheden terechtkwamen en hun leed op allerhande sociale netwerksites deelden? Wel, in een gelijkaardige situatie kwamen we terecht. Maar dan zonder de sociale media. Het hostel bleek een stuk minder kleinschalig dan gedacht en scheen slechts over één douche te beschikken (de andere drie waren nog in aanbouw). De douche beschikte dan weer niet over warm water. Ik liet het niet aan mijn hart komen en besloot mijn haar te gaan wassen, dat moet af en toe ook gebeuren, weet u wel. Viel, net toen ik met mijn haar vol sop zat, de douchekop uit. Waterboarden, kent u dat? Gaat u eens twee minuten op u knieën onder een stroom ijskoud water zitten. Dichterbij komt u hopelijk nooit.

Maar niet getreurd, lieve lezer. Wij trokken de stad in.

Enkele sfeerbeelden:







De volgende dag trokken we naar het Olympisch Park, met een lange tussenstop in Adler. We maakten het ons gemakkelijk op een halfverlaten strandje aan het treinstation, dat we slechts kozen te verlaten toen een lichte honger zich van ons meester begon te maken.



We genoten van de zon (ik verbrandde licht), bouwden bouwsels met stenen en observeerden een samenscholing Russische vrijwilligers die zich tijdens hun pauze te buiten gingen aan zich schaamteloos Russisch –lees: een tikje onbezonnen- gedragen.




Na onze honger gestild te hebben met enige ‘verse’ pasteitjes zetten we onze tocht richting Olympisch Park verder per bus. Geen aanrader. Blijkbaar hebben ze ook in Adler verkeer. Gelukkig waren we ruim op tijd vertrokken.

Het Olympisch Park zelf is behoorlijk indrukwekkend. Voor mijn medeleuvenaars: het heeft volgens mij dezelfde diameter als Leuven centrum. De niet-Leuvense lezers moeten het daar ook maar mee doen. Het Olympisch Park is in elk geval erg groot.

Enkele foto’s:






We waren naar Sochi afgezakt om de finale van het dames ijshockey te zien (Canada – VS) en hoewel ik ‘sport kijken’ niet bepaald een hobby van me zou noemen, vond ik dit hele gebeuren toch heel –euh- indrukwekkend is geloof ik het juiste woord.

U kan de wedstrijd ongetwijfeld wel herbekijken, misschien ziet u me wel ergens zitten. Het was in ieder geval erg spannend. Canada won. Iets dat me erg verblijdde, sinds mijn reisgenote trots inwoner van Canada was.  




De volgende ochtend was het tijd om koers te zetten naar de luchthaven. Hoewel ik erg genoten heb van de wedstrijd, van de zon, de warmte en van Sochi zelf, moet ik eerlijk toegeven dat ik na drie dagen zwaar genoeg had van alle felle kleuren, het enthousiasme, de religieuze Amerikanen die je bij MacDonalds een bijbels geïnspireerde pin toestoppen, de overdreven (?) bewaking…

Laat mij maar weer lekker terugkeren naar de veilige, grijze, anonieme, deprimerende hoofdstad.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika

vrijdag 7 februari 2014

Perm'

"That which for nearly a year had been Vronsky's sole and exclusive desire, supplanting all his former desire: that which for Anna had been an impossible, dreadful, but all the more bewitching dream of happiness, had come to pass. Pale, with trembling lower jaw, he stood over her, entreating her to be calm, himself not knowing why or how."
-Lev Tol'stoy 
Anna Karenina

Lieve iedereen,

Enkele dagen geleden kwam ik, na een dolle treinrit die volledig bestond uit een stevige Russische Nobelprijswinnaar, een oerdegelijke nachtrust en besneeuwd naaldwoud en die ik reeds eerder voor u beschreven heb, in de miljoenenstad Perm', aan de voet van de Oeral', het gebergte dat Europees Rusland van Azië scheidt, aan. 

Ik bevind me momenteel in station Perm' II, wachtend op de trein die me verder zal brengen op mijn pad richting Siberië. Dit biedt me de gelegenheid om terug te blikken op de voorbije dagen.

In hostel "P", voorlopig het enige hostel in de stad en dientengevolge gevuld met Russische mannen die eenzelfde geur verspreiden die me ook in de trein hierheen enigszins hinderde en die het kennelijk geen probleem vinden half ontbloot in de keuken te verschijnen, ontmoeten we Janna, een jonge, enthousiaste spraakwaterval met reisheimwee. Zij lijkt danig onder de indruk van ons en vraagt ons het hemd van het lijf (dat schijnt hier zo de gewoonte te zijn) over de indrukken die we krijgen van Rusland in het algemeen en Perm' in het bijzonder. 

Het antwoord op deze vraag lijkt, hoewel mijzelf volkomen duidelijk, onbegrijpelijk voor Russen en voor zij die niet bekend zijn met dit impressionante land.

Rusland, elke Russische stad die ik bezoek en elk Russisch dorp dat voorbij glijdt langs de bedampte raampjes van de treinwagon, elke Lada zie zich verbazingwekkend genoeg blijft voortbewegen, elk standbeeld van Lenin , de grote communistische leider, elke in bont gehulde babushka, elke gigantische boulevard die heel Vlaanderen zou kunnen doorkruisen, alles is verdorie zo ongelofelijk Russisch!



Wanneer Rusland voor u slechts een vaag begrip is heeft u ongetwijfeld geen enkel idee van wat ik precies bedoel en wanneer u zelf Russisch bent gieren begrippen als "domme buitenlander" u nu waarschijnlijk door het brein.

Ik kan voor u enkel zo accuraat mogelijk mijn indrukken beschrijven.

Veel liefs uit Perm'

Malaika

woensdag 29 januari 2014

Jaroslavl' - Perm'

" God's never heard of Belgium,
   but loves it just the same.
   For God is kind,
   and doesn't mind, 
   He's not impressed with fame."
                   - Alexander McCall Smith 
                            44 Scotland Street

Lieve iedereen, 

Kortgeleden zag ik me geconfronteerd met een treinrit van zo'n twintig uur, van Jaroslavl', op zo'n 250km van Moskou, tot Perm', aan de voet van de Oeral, de bergketen die Europees Rusland van Azië scheidt. 

De Russische spoorwegen vormen zowat het enige, enigszins georganiseerde onderdeel van dit reusachtige land en zijn tevens een wereld op zich, met eigen wetten, gebruiken en een heel eigen atmosfeer.

In Jaroslavl' vroor het zo'n elf graden, maar door de niet aflatende wind en de ijzige kilte van de Volga daalde de gevoelstemperatuur aanzienlijk. 



De trein die ons naar Perm' zou voeren komt aan, schijnbaar uit het niets én stipt op tijd. Zowel de kou als de stiptheid verbazen me. Een spoorwegbeambte stapt uit en controleert met een plechtig gezicht onze vervoersbewijzen. Ze wordt op de voet gevolgd door een groep Russische jongeren. Een van hen slaakt een veelbetekenende kreet van verlichting en dankt de heer voor de frisse lucht.

We overbruggen een kloof van een halve meter, verliezen, gebukt onder ettelijke kilo's bagage, haast ons evenwicht op de met ijs bedekte drempel van de slaapwagon en een ons maar al te bekende geur kruipt ons tegemoet en slaat ons in het bevroren aangezicht. 

Nu moet u weten, lieve lezer, dat er een bijzonder specifiek en onaangenaam geurtje kleeft aan een ongewassen Rus. Deze geur, me reeds bekend door de veelvuldige ritjes op de Moskouse metro die, al dan niet tijdens het spitsuur, steeds bevolkt wordt door oudere dametjes en heertjes die deze walm verspreiden, vulde de wagon, deze keer merkwaardig genoeg bijgestaan door het aroma dat gewoonlijk een muffe zolder kenmerkt. Het bevroren perron scheen me plots niet eens zo onaantrekkelijk toe.

Wie reeds bekend is met de Russische spoorwegen weet dat een Russische slaaptrein naast deze geur ook een charme uitwasemt die elders ter wereld zijn gelijke niet kent.



Ik maak mijn bed (en stel vast dat mijn deken eenzelfde luchtje verspreidt als de rest van de trein...of is het mijn trui? Help!), sla uit het raam de besneeuwde Russische landschappen gade die langzaam voorbij glijden, eet brood met worst (hoe kan het ook anders?) en lees een honderdtal pagina's in een stevige klassieker van de Russische literatuur (dit schijnt de twee Russische blondines waarmee we een hokje delen een tikje te beangstigen: "Waarom zou je zoveel lezen? en zo'n dik boek?!"). Neem akte van het feit dat veel Russen niet schijnen te begrijpen dat ook wij het Russisch machtig kunnen zijn. Min of meer.



Het licht gaat uit. Ik ga proberen wat te slapen.

Veel liefs uit...nu ja, ergens tussen Jaroslavl' en Perm', zoveel is zeker.

Malaika




dinsdag 28 januari 2014

Jaroslavl'

Lieve iedereen,

Kortgeleden ben ik teruggekeerd van een reis door Rusland, die me van de hoofdstad van de Federatie per trein naar de Oeral en Siberië heeft gevoerd en vervolgens per vliegtuig weer thuis (lees: in Moskou) heeft doen belanden.

Graag had ik via deze weg meegedeeld wat zich tijdens deze trip, die ik overigens heb ondernomen met in Finland geboren, maar in Schotland woonachtige vriendin S., heeft voorgedaan.

De lange tocht naar Siberië begon ’s ochtends vroeg met een korte treinrit van zo’n drie uur, van Moskou naar Jaroslavl’, een naar Russische normen kleine stad van zo’n 600 000 inwoners, gelegen op zo’n 250km van de hoofdstad. De oplettende lezer weet dat dit niet mijn eerste bezoek was aan deze aan de oevers van de Volga gebouwde stad, en dus verliep de eerste etappe van onze reis op het vlak van organisatie en oriëntatie betrekkelijk eenvoudig.

Mijn eerste bezoek aan Jaroslavl associeer ik als vanzelf met mijn eerste Russische sneeuwval, maar, lieve lezer, ik beloof u plechtig dat ik het nog nooit, maar werkelijk nog nooit, zo enorm koud heb gehad als die eerste dag van onze reis, daar, aan de oevers van de Volga.




Jaroslavl is een prachtig klein stadje, volgebouwd met kerkjes, schilderachtige paviljoentjes en souvenirmarktjes, maar alle lust tot slenteren verging ons toen de vochtige kilte onze donzen jassen penetreerde en onze spieren verkilde.



Verkleumd slenterden we van koffiehuis naar kerk, om ’s avonds, met een zucht van verlichting, onder onze warme dekens te kruipen.

De volgende dag klaarde het op en verschenen de in bont gehulde inwoners, die zich eerder angstvallig in hun huizen verborgen hadden gehouden, in het straatbeeld van hun stad en werd het wit van de sneeuw gebroken door het blauw van de lucht en het donkerbruin,  oranjerood en helderwit van de bontjassen- en mutsen die de Russen tegen de kou moesten beschermen.

Wij kuierden nog wat rond en trachtten ons voor te bereiden op de treinrit die ons te wachten stond.



Veel liefs uit Moskou,


Malaika

woensdag 8 januari 2014

Feest

Lieve iedereen,

Zoals u ongetwijfeld niet is ontgaan (tenzij u onder een steen woont), leven we sinds kort in het jaar 2014. Ik wens u en uw geliefden alvast het allerbeste voor dit nieuwe jaar.

Ik ontving het bijzondere voorrecht de jaarwisseling door te brengen in Moskou, de prachtig versierde hoofdstad van de Russische Federatie, en hoewel dit me allemaal zeer wonderlijk toescheen zou ik het vandaag met u willen hebben over een eerder onverwacht aspect van deze feestdag, die voor Russen, sinds de opkomst van het communisme, zo belangrijk is.

Merkwaardig genoeg ontbreken Moskovieten elk vermogen tot feestvieren.

Ik bespaar u een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen die mijn nieuwe jaar inluidden, maar zou aan de hand van een schets van enkele cruciale momenten mijn hypothese kracht bij willen zetten.

Ik besloot – en de helft van de stad met mij – naar het Rode Plein te trekken om daar het aanbreken van het nieuwe jaar te vieren. Zoals u weet zijn terroristische aanslagen Moedertje Rusland niet vreemd en de aanwezige politiemacht kon zich qua aantal dan ook meten met de massa feestvierders.



Ik werd vergezeld door een Oostenrijker en een Italiaanse. Het nieuwe jaar werd ingeluid met vuurwerk. We kusten en knuffelden elkaar alsof het nieuwe jaar meteen ook het laatste zou zijn. Ik danste een Nieuwjaarswals (dat schijnt traditie te zijn in Oostenrijk).

En de Russen? Die deden het volgende:



U begrijpt dat het gebrek aan enthousiasme ons lichtelijk verbaasde.

We trokken verder naar onze favoriete bar. Rond twee uur kon geen enkele Rus meer op z’n benen staan. De minst door alcohol bedwelmde types waren de twee mannen die, zich wanhopig aan de toog vastklampend, de situatie in Oekraïne bespraken en de man die me, kennelijk ten einde raad, ten huwelijk vroeg. 

Ik hoop dat u begrijpt, lieve lezer, hoeveel dit zegt over de staat waarin de rest van de bar zich bevond.

Nieuwjaar kwam en ging en voor ik het wist stond Kerstmis voor de deur (orthodox Kerstmis dan, zoals u weet valt Kerstmis gewoonlijk voor Nieuwjaar). Hoewel Kerstmis sterk aan belang heeft ingeboet onder het communisme, scheen het ons, naïeve Europeanen, toch toe dat deze mooie feestdag niet zomaar bij het huisvuil kan worden gezet. Fout.

Kerstmis is voor mij, zeker sinds ik een behoorlijk deel van vorig jaar in deze grauwe stad heb moeten (mogen?) doorbrengen, een feest van licht, familie, gezelligheid en lekker eten.

Russen grijpen deze zevende dag van het nieuwe jaar aan om te gaan winkelen, iets waar bovengenoemde Italiaanse en ik niet van op de hoogte waren toen we gisteren besloten enkele noodzakelijke en niet noodzakelijke aankopen te doen in shoppingcenters in en buiten het centrum.

Het aantal Russen dat ons voorbeeld had gevolgd was niet te tellen en het aantal met reclame bedrukte plastic winkeltasjes dat ze met zich meezeulden al evenmin.

Het enige moment van gezinsgeluk dat ik mocht aanschouwen bestond uit een moeder met twee dochters, alle drie overdadig gedecoreerd met merkkledij die een slordige vijfentwintig jaar geleden nog het label sciencefiction had mogen dragen en een vader/echtgenoot die gedwee de portefeuille speelt om zijn gezin van nog meer weelde te voorzien, de goede voornemens al lang vergeten. 

De achtjarige dochter met een beker Starbucks in de hand.

Een voorbeeld van een land dat zichzelf vooruit katapulteert, maar hierbij ook waarden, tradities en zichzelf in hoog tempo voorbijsnelt.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika

zaterdag 28 december 2013

Rusland: Overpeinzingen

Lieve iedereen,

Ik zit inmiddels, na veel gesjouw, op de trein richting een niet nader genoemde luchthaven en hoewel dit me ten zeerste verblijdt zou ik het met u willen hebben over het landschap dat voorbijglijdt en me tegemoetkomt door de raampjes van deze moderne, comfortabele treincoupé.

U weet dat ik verblijf in Moskou en u heeft zich zeker en vast een beeld gevormd van deze prachtige stad, al dan niet beïnvloedt door de berichtjes die ik in al mijn naïviteit het wereldwijde web opslinger. Maar weet u ook wat er zich buiten Moskou bevindt?

Laat ik beginnen met de kleuren van de Russische spoorwegmaatschappij. De weg die deze naar Westers model geconstrueerde airportshuttle aflegt wordt omzoomd door staalkleurige golfplaten, getooid met een bloedrode bies.

Daarachter bevindt zich een ander, typisch Russisch, grootstedelijk fenomeen: de Moskouse voorsteden. Appartementsgebouwen als blokkendozen. Winkels waar ze kennelijk alleen worst, melk en vlees verkopen. Grootvaders in bontmutsen die in de vrieskou op de trolleybus wachten.

Vervolgens de typisch Russische dorpen. Het woord “dorp” krijgt een heel andere betekenis wanneer u deze heeft mogen aanschouwen. Houten huisjes. Badhuisjes. Vervallen huisjes. Een vijver, die voorlopig de winter heeft weten te overleven. December valt warmer uit dan verwacht en ondergetekende wacht nog steeds op de beloofde bergen sneeuw.

Een vervallen fabriek en hier en daar een hypermarkt.

Velden, berkenbossen.

Een winkelcentrum naar Westers model dat, naar aloude gewoonte (nu ja, die gewoonte moet in de laatste twintig jaar ontstaan zijn) ergens in het midden van nergens bezoekers moet trekken. Grootvaders met bontmutsen. En echtgenotes, misschien.

Zij maken zich op voor het nieuwe jaar, dat nadert, met rasse schreden, sneeuw en ijs, en misschien ook een vlokje geluk.

Ik maak me op voor de kerst.
Tot snel.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika

woensdag 11 december 2013

Kerstmis

Lieve iedereen,

Zoals u weet komt Kerstmis – u weet wel, die feestdag met familie, lekker eten, lichtjes, een boom met pakjes….- er spoedig aan.



Hoewel dit me ten zeerste verblijdt, dien ik helaas te melden dat een zekere somberte me de laatste dagen regelmatig overvalt.

De winter is in het land en hoewel de sneeuw het overvloedig aanwezige grijs verhult en de stad van tijd tot tijd een zweem van sprookjesachtigheid verleent, hangt de duisternis en het gebrek aan geliefden als een regenwolk over het gemoed van de inwoners van het huis.

Je weet niet hoe schoon je kamer is tot je plotsklaps terechtkomt in een groot gebouw met kleine kamers en je het belang van een stofzuiger ontdekt. Met een temperatuur die het vriespunt doet rillen van de kou, lijkt dubbele beglazing de uitvinding van de eeuw.

Licht wordt een cadeau, een vriendelijk woord een noodzaak.

Thuis wordt een soort wonderland waar de straat oversteken niet noodzakelijk gelijkstaat aan je leven riskeren. Waar men het woord kerstmarkt kent. Waar ik speculaas kan kopen. Waar een speelgoedwinkel tot hofleverancier wordt benoemd (wist u dat Russen erg moeten lachen wanneer ze horen dat mijn thuisland een koning en een koningin heeft?).

Het maakt me ontzettend gelukkig u te kunnen meedelen, lieve lezer, dat ik mij spoedig weer thuis zal bevinden en hoewel ik het mij vroeger (voor ik wist wat koud betekende) niet kon voorstellen: er is geen enkele plaats ter wereld waar ik liever wil zijn.

En geen nood: ik weet dat België de fata morgana is en Moskou de woestijn, maar ik keer even gauw weer terug naar deze ijzige hoofdstad en u kan zich spoedig verwachten aan meer willekeurige verhalen over willekeurige zaken/mensen/plaatsen.

Veel liefs uit Moskou,


Malaika