maandag 4 november 2013

Jaroslavl: Fragmentarisch verslag

Lieve iedereen,

Kortgeleden voelde ik, en enkele Belgische medestudenten met mij, de dringende noodzaak om tijdelijk uit deze betonnen kooi van een stad te ontsnappen, richting Gouden Ring, richting Volga, richting een middelgrote stad, gelegen op 250km van het grauwe Moskou: Jaroslavl.

Ik ga u niet vervelen met een ellenlang verslag van alle gebeurtenissen en mensen die ons pad gekruist hebben, maar zou u graag deelgenoot maken van enkele bijzondere momenten die ik heb mogen ervaren en die me des te dierbaarder zijn omdat ze, zoals u spoedig zult zien, in schril contrast staan met de dagelijkse werkelijkheid van het leven in de Russische hoofdstad.

In een treinstation in een of andere godverlaten voorstad waar we wat tijd te doden hadden kochten we wat worst, om deze vervolgens in de stationshal te nuttigen. Biedt een ons onbekende oudere man met een ietwat blozend gezicht ons plotsklaps een stuk brood aan. "Voor bij de worst, echt Moskous brood!" U begrijpt dat weigeren onbeleefd zou zijn geweest en onder het genot van een lekker stuk worst vergezeld van echt Moskous brood kregen we vervolgens het levensverhaal van de aardige man te horen. De moraal? Enkel een idioot verlaat Moskou! En er werd ons prompt een echte Russische gehaktbal aangeboden. Voor bij het brood. En de worst. Een waar genot, dat geef ik u zwart op wit.

Intussen viel de avond reeds en werd het stilaan tijd voor de trein. Het correcte perron vinden zonder enige verlichting is geen sinecure en bovendien bleek, eens daar aangekomen, het perron slechts een meter breed. Wist u dat u om uw perron te bereiken gewoon de sporen over moet in dit prachtige, veilige land? In het donker? Ik ook niet. Dank u wel...

Beeld u zich deze situatie eens in, lieve lezer: de trein komt aan. Een enorme massa mensen stapt uit en een andere massa mensen wilt de trein in. Het is donker. Het miezert. Het perron is een meter breed. U begrijpt. Chaos. Niemand die een kant op kan. Omaatjes die luidkeels roepen dat ze door willen. Een Russische stem die ons vraagt of we buitenlanders zijn en ons toeroept de sporen op te gaan. De stem maant ons aan verder te lopen. En verder. Nog een stukje. Over de sporen. Voorbij de massa. We klimmen het perron op, en de trein. We maken kennis met Sasha, trots inwoner van Jaroslavl. We openen een biertje, eten chips en spelen kaart. We komen aan in Jaroslavl en Sasha brengt ons naar het hostel. We rijden in de trolleybus.

De volgende ochtend ontbijten we in een schilderachtig restaurantje. Mijn bord heeft de vorm van een koe. Of een schaap. We raken er niet uit. We maken ons klaar om te gaan, wanneer de bazin ons toeschreeuwt dat de Olympische vlam langskomt. We rennen naar buiten, jas over de arm. We bekijken de parade en ik steek een arm in mijn mouw. Een willekeurige voorbijganger helpt me in mijn andere mouw. (Neemt u alstublieft akte van het mentaliteitsverschil: in Moskou gooit men u deuren in het gezicht, in Jaroslavl helpt men u uw jas in).

En dan...De Volga... Lieve lezer, het valt me uiterst zwaar om de woorden te vinden die het gevoel kunnen beschrijven dat me overviel toen ik deze legendarische rivier mocht aanschouwen. Blijdschap? Vreugde? Vrijheid? Puur geluk? Misschien, maar het dekt de lading geenszins. Wat me overviel was een gevoel van innerlijke kalmte dat haast aanvoelde als een godsgeschenk na twee maanden van grijze haast.

Moskou vreet aan een mens, veroorzaakt slijtage van de zintuigen, stompt karakter, gevoelens en zin voor empathie af. Moskou verhardt haar inwoners, keert hen naar binnen en maakt hen blind voor de wereld om hen heen.

De lucht in deze stad is giftig, aan de oevers van de Volga ruikt de lucht naar rust.

Veel liefs uit Moskou,

Malaika

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen